← Terug

Accountant vs. controller, het beste van twee werelden

Kunt u allereerst uzelf introduceren?

Ik ben Jeroen Fierstra, inmiddels 53 jaar oud en ben woonachtig in Roden. Ik heb 3 volwassen kinderen. In 1984 ben ik naar Groningen toegekomen om daar Accountancy te gaan studeren aan de RUG. Je had toen nog niet een verschil in Accountancy en Controlling, er was nog geen samenvoeging van beide opleidingen. Het was toen nog een zuivere Accountancy richting. Ik heb daar een jaar of vijf eerst gestudeerd en daarna doctoraal (drs.) gedaan. Toen ben ik een jaar in militaire dienst geweest. Daarna heb ik gesolliciteerd bij een aantal van de Big Four kantoren, zoals KPMG, Coopers & Lybrand en bij EY. Van daaruit ben ik in 1990 bij Coopers & Lybrand en later (na de fusie met Price Waterhouse, red.) PwC terechtgekomen. Ik ben gestart in de controlepraktijk, ik deed bij Coopers & Lybrand geen samenstel opdrachten. Ik deed controles in een vrij breed segment, zowel onderdelen van beursgenoteerde ondernemingen als KPN en Kappa Packaging, alsook MKB-bedrijven die controleplichtig waren of zich vrijwillig aan controle onderwierpen.

Je begint dan als beginnend assistent, of tegenwoordig Associate. Na een aantal jaren groeide ik door en werd ik manager. Toen deed zich het fenomeen voor dat een manager die gespecialiseerd was in de zorg - tegenwoordig Healthcare -, die bij een ziekenhuis in de regio werkte, aan mij vroeg of ik een specialisatie binnen de zorg zou willen ontwikkelen. Het leek mij wel leuk, want ik had al veel van de andere sectoren gezien. Ik ben me toen gaan ontwikkelen in zowel de ‘cure’ als de ‘care’ onderdelen. Dit zijn dus ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, maar ook een deeltje GGZ. In 2005 heb ik de stap gemaakt naar de andere kant van de tafel (als controller, red.).

Wat doet u graag in uw vrije tijd?

Ik ben altijd nogal vrij actief bij een voetbalvereniging in Roden betrokken, Oranje Nassau Roden. Ik ben grensrechter van het eerste elftal daar. Zelf voetbal ik actief in de zaal bij deze vereniging, dus ik houd veel van voetbal! Ik rijd ook graag motor in mijn vrije tijd. Dat is makkelijk, om de files te vermijden ga ik ook altijd op de motor hiernaartoe (werk, red.), het heeft wel een bepaalde praktische insteek. Verder heb ik nog twee dochters die hockeyen, daardoor ben ik wel regelmatig te vinden op het hockeyveld in Roden of Groningen.

Hoe zag uw studententijd eruit? Was u (actief) lid bij een vereniging?

Ik heb mijn hele studententijd eigenlijk gewoond in Beijum. Daar hadden we met vijf studenten tegelijk een woning gehuurd. Allemaal waren we in het eerste jaar van onze studie, het was wel leuk dat we allemaal beginnend student waren. In die tijd waren de meeste colleges ook al in Paddepoel. De afstand Beijum–Paddepoel was op de fiets goed te doen, hetzelfde eigenlijk als het Centrum richting Paddepoel. Dit was in de tijd dat de wijk de Hunze nog niet bestond, je fietste dus mooi tussen de weilandjes door.

Ik was niet actief bij een vereniging in mijn studententijd. Je had natuurlijk al wel verenigingen, ook vanuit de faculteit. Ik had wel een vast groepje medestudenten waarmee we vrij veel sportactiviteiten deden, zoals zaalvoetbal of badminton.

Hoe bent u terecht gekomen bij PWC?

Toen ik nog in militaire dienst zat heb ik dus gesolliciteerd bij een aantal van de grote kantoren. Bij EY hadden ze volgens mij toen een beetje het beleid van, je kan wel bij ons solliciteren, maar we reageren niet op je sollicitatiebrief. Dan moest je eigenlijk zelfstandig erachteraan gaan bellen voordat men iets deed. Bij Coopers & Lybrand ben ik op gesprek geweest in Groningen en bij KPMG in gesprek geweest in Amsterdam. Bij beiden kon ik eigenlijk wel verder, maar bij KPMG hadden ze alleen plaats in Amsterdam en niet in Groningen. Mijn vriendin studeerde toen nog in Groningen, dus ik had wel een voorkeur voor de locatie in Groningen. Bij Coopers & Lybrand klikte het wel, dus zo ben ik daar terechtgekomen.

Op wat voor manier heeft u zich kunnen ontwikkelen bij PWC?

Het leuke van zo’n groot kantoor is dat je heel veel mogelijkheden krijgt, je krijgt heel veel aangereikt. Het is aan jezelf om daar wat mee te gaan doen. Er wordt veel aan interne opleidingen gedaan en je krijgt echt een kijkje in de keuken bij heel veel verschillende klanten. Voor jullie is het ook de gedachte, wat ga we nou eigenlijk uiteindelijk doen met deze studie, hoe komt het er nou uit te zien? Dat was voor mij ook zo: ja, ik studeerde het wel en ik wilde wel graag accountant worden, maar wat betekent dat nou uiteindelijk? Dat leer je pas later. Dan zie je ook, omdat je bij heel veel verschillende organisaties komt, een beetje van wat zou ik bijvoorbeeld later nog een keer willen doen als ik aan de andere kant van de tafel wil gaan zitten: wat lijkt me een leuk type organisatie.

Je ontwikkelt dan van beginnend assistent tot manager. Het leuke vond ik ook wel dat je in het begin heel veel met vakinhoudelijke dingen bezig bent, hoe je bepaalde dingen moet aanpakken. Dit is misschien nu wel iets anders, maar in mijn tijd was dit het geval. Naarmate je doorgroeit wordt steeds meer de nadruk gelegd op de soft skills: hoe voel je dingen aan, hoe ga je om met je klanten, hoe adviseer je, hoe stuur je een controleteam aan, hoe vertel je de boodschap aan de partner die leidend is op bepaalde opdrachten. Je gaat dus op een gegeven moment het management en development traject in, dat is wel heel leuk. Daar leer je veel dingen van, onder andere leer je ook jezelf beter kennen.

Na 15 jaar bent u gewisseld van werkgever, wat was uw beweegreden voor deze stap?

Dat klopt. Ik heb altijd wel iets gehad van, nou ik zal op een gegeven blik wel aan de andere kant van de tafel willen zitten, bij een bedrijf zelf. Net toen ik manager was, zat ik op zo’n punt dat ik dacht van, ik wil weleens om me heen gaan kijken. Maar toen kreeg ik dus de mogelijkheid om me te gaan specialiseren in de gezondheidszorg, toen heb ik dus dat besluit nog wat voor mij uitgeschoven. Op een gegeven ogenblik had ik zoiets van, het is nu wel de tijd om iets anders te gaan doen. Er is natuurlijk ook niet veel ruimte aan de top bij die accountantskantoren: of je gaat door richting partner of director, of je gaat eruit. Ik heb ervoor gekozen om te zeggen, ik ga naar een andere organisatie toe.

Wat grappig was, toen had ik me gefocust op een tweetal vacatures. Enerzijds was dat hier bij het UMCG, waar ze een concern controller vroegen. Anderzijds bij OIM Orthopedie waar ze een financieel controller, dat was een klant van mij die ik wel redelijk goed kende. Bij het UMCG werd ik het net niet, bij OIM Orthopedie ben ik het toen wel geworden. Dat was heel leuk, want dat is een bedrijf wat middelgroot was, maar in hun branche van orthopedisch schoeisel en instrumenten een van de marktleiders in Nederland met verschillende vestigingen. Ik maakte daar een deel uit van het managementteam én ik deed ook nog wat in de gezondheidzorg, maar dan commercieel. Dus ik heb daar een leuke tijd gehad.

Op een gegeven ogenblik werd ik benaderd door iemand van Nicolai & Tabak accountants in Drachten. Dat was in de tijd dat de AFM-vergunningen (voor het verrichten van veel financiële diensten, red.) nogal van de grond kwamen, dus wilde je een controlepraktijk in de been houden, dan moest je een AFM-vergunning hebben. Zij hadden behoefte aan iemand die vaktechnisch het vak verder wilde helpen en leiding wilde geven aan de controlepraktijk. Dit, in combinatie met het feit dat ze ook een vestiging hadden in Roden waar ik ook wat zou kunnen gaan doen, waar ik woonde. Daarom had ik zoiets van, dat is toch ook nog wel een leuk aanbod, want het leek me ook altijd wel leuk om in mijn eigen dorp wat commerciële activiteiten te ontplooien. Dus ik heb toen al vrij snel weer de stap gezet naar de accountancy. Hier heb ik ook een hele leuke tijd gehad. Ik heb hier niet alleen werkzaamheden gedaan in de controlepraktijk, maar ook werkzaamheden in de samenstelpraktijk. Dus het segment waarin je niet alleen jaarrekeningen controleert, maar ook samenstelt en de wat kleinere ondernemers adviseert over hun business. Dat vond ik ook wel wat hebben, want dat zijn allemaal ondernemers die veelal zelf eigenaar zijn van de bedrijven. Die kijken op een hele andere manier naar hun onderneming. Je hebt daar geen scheiding tussen toezicht en eigendom en ook niet tussen directie en eigendom. Het is allemaal in één hand, dat is soms best nog wel eens lastig. De kleine MKB-ondernemer vraagt zich dan af, “waarom zijn er zoveel regeltjes op bepaalde vlakken, het is toch mijn eigen onderneming, ik mag toch doen waar ik zin in heb?”. Dan moet je toch altijd kijken of je mensen ook kan laten meevoelen in het feit dat er ook nog zoiets is als het maatschappelijk verkeer waaraan je een bepaalde verantwoording moet afleggen.

Wat houden uw huidige werkzaamheden bij het UMCG in?

Als je kijkt naar mijn werkzaamheden hier, dan hebben e een aantal concern controllers. Een aantal doet alleen Onderzoek en Ontwikkeling (O&O) - soms ook nog onderwijs -, en een aantal doet alleen zorg. Ik ben actief in beide segmenten. Daarnaast ben ik ook verantwoordelijk voor treasury binnen de organisatie. Als je gewoon naar ons kijkt, zie je dat we een omzet hebben van ongeveer 1.1 miljard euro. Ik denk dat ruim 600 miljoen euro daarvan zorg gerelateerd is, het andere deel is O&O gerelateerd. Daar gaan dus heel wat middelen in om. Het beheer van die liquiditeiten is een belangrijk aandeel in het geheel van mijn werkzaamheden.

Voor veel studenten is het verschil onduidelijk tussen de werkzaamheden van een accountant en een controller, wat is uw visie daarop?

Zeker in de beginfase als je bij zo’n accountantskantoor werkt, dan doe je heel veel werk wat gerelateerd is aan jaarrekeningen. Dus het gaat er dan om wat voor mate je van Assurance, zekerheid, je kan geven aan de cijfers in de jaarrekeningen. Je kijkt eigenlijk heel veel achteruit: hoe zijn die cijfers tot stand gekomen, wat voor processen zitten daarachter, wat voor procedures en dergelijke. Je hebt daar als accountant wel een natuurlijke adviesfunctie. Overal waar je tegen aan loopt en denkt, dat zou beter kunnen, daar geef je advies over. Naarmate je verder bent en een hogere positie bekleed, word je ook steeds meer een adviseur.

Als je naar ons werk kijkt, als controller, dan merk je dat de jaarrekening voor ons één van de producten is. In dit geval is bij ons de financiële administratie dan ook als zodanig samenstelt, althans de afdeling Verslaggeving en Consolidatie. Wij als controllers zijn veel meer bezig met bijvoorbeeld hoe we weer een begroting gaan maken voor komend jaar en voor de jaren daarna en hoe kijken we naar de tussentijdse verslaggeving van onze sectoren.

Het UMC is onderverdeeld in een aantal zelfstandige eenheden. Al deze onderdelen worden geacht begrotingen te maken en worden geacht één keer in de vier maanden te rapporteren over hoe hun realisatie zich verhoudt tot hun begrote cijfers. Wij, als concerncontrollers, zetten daarvoor de lijnen uit en gaan ook een beoordeling doen ten behoeve van de raad van bestuur. Dit gaat over wat voor cijfermateriaal een desbetreffende onderdeel of sector nu aan levert, wat zijn de opmerkingen die wij daarbij hebben en dat wordt dan periodiek besproken tussen een concerncontroller, een directeur, financiën en control, een directeur van de desbetreffende sectoren of onderdelen en met een lid van de raad van bestuur erbij. Omdat alle onderdelen zelfstandig zijn heeft elke sector een eigen directeur met ook een eigen afdeling controllers.  Daarnaast maken we per vier maanden ook een soort vooruitkijkje op basis van ontwikkelingen in de cijfers, wat prognosticeren ze nu voor het einde van het jaar, maken we prognoses die worden opgesteld ten behoeve van de raad van bestuur en tussentijds zijn er ook veel aanvragen vanuit bepaalde afdelingen.

We werken met een bepaalde budgetteringssystematiek. Je kan je voorstellen dat we daar kaders voor afgeven waar sectoren binnen moeten blijven. Die moeten dat zelf regelen met hun afdelingen. Soms zijn er bepaalde ontwikkelingen waardoor een afdeling toch graag extra geld wil, dit kan geld zijn uit een pot die daarvoor is gereserveerd. Dan dienen ze daar een verzoek in bij de raad van bestuur en dan krijgen wij als concerncontrollers het verzoek om daar een advies over af te geven richting de raad van bestuur. Op basis van dat advies besluit de raad van bestuur iets, of ze maken nog even geen besluit, of willen graag nog verdere informatie.

Er zitten medische elementen aan als het over iets van het ziekenhuis zelf gaat, even los van O&O, maar uiteindelijk wordt er gevraagd om geld. Een afdeling die iets aanvraagt zal altijd met behulp van zijn directeur en ook de sectorcontroller een vertaling maken over wat het betekent voor het geld. Dan komen wij om de hoek en gaan dan met name naar het geld kijken. Is dit aannemelijk? Je moet je als concerncontroller ook altijd alert op zijn, van hé, we zien dat er daar en daar wordt gevraagd om meer, als ze dit wel gaan doen, wat doen ze dan eigenlijk niet? Er moeten vrij veel zaken kritisch bekeken worden.

Mijn dagen kunnen enorm variëren. Er werken hier 13.000 mensen, dat maakt de organisatie wat ambtelijker, dus er is noodzaak voor veel overleg vormen. Als je in mijn agenda kijkt, zie je een aantal standaard overleggen al staan en ook nog extra overleggen. Bij de accountancy heb je dat niet. Bij de accountancy gaat het om hoge productiviteit, welke moeten kunnen worden gedeclareerd bij een klant, dus zo weinig mogelijk indirecte uren. Bij het UMCG zijn er meer indirecte uren, het is meer overleggen hier. Tijdens de middagpauze maken we een lunchwandeling. Het verschilt natuurlijk ook per periode. Als het minder druk is gaan we om vijf uur, kwart over vijf naar huis. Hier zijn de pieken meer gespreid.

Wat zou u willen meegeven aan onze lezers?

De weg die ik bewandeld heb, dus via een accountantskantoor naar een controllingfunctie, vond ik een prettige weg. Werken bij een Big Four kantoor heb ik altijd als zeer leerzaam ervaren. Als je bij een van de Big Four hebt gewerkt, dan wekt dat ook vertrouwen bij kleinere werkgevers.

Weten wat PM voor jou kan betekenen?

Lid worden (€1,-)